The Mountain Men | Jeroen Nieuwhuis

Redactie DIGIFOTO Pro 346

Bever eten bij het kampvuur, bevroren handen en een touchscreen dat niet meer werkt. Fotograaf Jeroen Nieuwhuis kan erover meepraten. Hij reisde maar liefst acht keer naar Amerika om zichzelf onder te dompelen in het bestaan van 19e eeuwse ‘Mountain Men’ in de Rocky Mountains. Het resultaat: een fotoserie en een boek over een unieke groep mannen en tegelijkertijd een document dat zelfs grote cultuurhistorische waarde heeft. 

 

Tekst: Jasper van Bladel | Fotografie: Jeroen Nieuwhuis

Jeroen Nieuwhuis weet dat fotograferen bij -25 gevoelstemperatuur geen klus is voor watjes. Laat staan daar leven en jagen op een manier precies zoals dat in de 19e eeuw gebeurde. Dat is namelijk het bestaan van een groep mannen die het 21e eeuwse leven niet zo zien zitten en hun dagen slijten in dikke bontjassen en bevermutsen, diep in de besneeuwde toppen van de Rocky Mountains. Deze zogenoemde ‘Mountain Men’ houden een echte Amerikaanse traditie in leven; ze herbeleven het bestaan van een groep mannen zoals die in het midden van de 19e eeuw echt bestond. Ze voelen de roep om veel puurder te leven, zelfvoorzienend, jagend en samen met én in de natuur. Deze groep mannen doet aan re-enactment, het opnieuw tot leven brengen van lang vervlogen tijden. Overal ter wereld heb je groeperingen die dat soort dingen doen, van kort tot lang en van vrijblijvend tot erg serieus. In die laatste categorie vallen deze ‘mountain men’ in de Rocky Mountains. Ze spelen niet alleen na, ze voelen zich ook echt zoals de mannen in de 19e eeuw die op zoek gingen naar pelzen voor de productie van bontjassen, schoenen, mutsen en accessoires. Deze beverhuiden waren toen erg in trek, want in Amerika en - met name - Europa was kleding gemaakt van deze pelzen niet aan te slepen. Een levendige jacht en handel, waardoor in de bossen en bergen van Amerika een parallelle samenleving ontstond. Deze American Mountain Men worden in Amerika bestempeld als de meest grootse en gedurfde ontdekkingsreizigers en pioniers van de 19e eeuw.

Levensgevaarlijk

Deze mannen kwamen uit eigen beweging daar terecht of werden geronseld; in die tijd stonden er advertenties in de lokale kranten om mannen te vinden om op de beverhuiden te gaan jagen. Zo was er dus een groep mannen die namens een bedrijf zoals Rocky Mountain Fur Company of voor zichzelf op zoek gingen naar bevers en in en met de natuur leefden - ver van de bewoonde wereld en volledig op zichzelf aangewezen. Niet zonder gevaar, want de natuur en de weersomstandigheden waren ronduit hard en ook waren er beren en andere dieren die een gevaar vormden. Ook was er concurrentie; de eenpitters die de beverhuiden aan de hoogste bieder verkochten, konden iedere concurrent natuurlijk wel schieten; letterlijk en figuurlijk. Er was geen politie en er was in feite helemaal niemand in de buurt. Dus niemand die het doorhad als je een andere pelsjager neerschoot en z’n huiden meenam, dus dat gebeurde ook. Kortom: geen bestaan voor de voorzichtigen en de zachtgezinden. Jeroen: ‘Er zijn er meer dood gegaan dan rijk geworden.’

Dat was in de 19e eeuw, maar ook nu nog is er een (kleine) groep mannen die graag leeft op de manier van de Mountain Men van 150 jaar geleden. Ze trekken de woeste natuur in met enkel de gereedschappen en uitrusting zoals hun voorgangers die ook hadden. Maanden, soms jaren. Het gaat verder dan naspelen, deze mannen voelen zich echt ‘Mountain Men’. 

Period correct

Jeroen zag ooit een tweet van National Geographic voorbijkomen waarin het bestaan van deze groep mannen werd genoemd. Dat trok zijn aandacht en al snel ging hij meer over ze lezen. Toen bleek dat er eigenlijk bar weinig over bekend is. 

Jeroen: ‘Er was helemaal geen documentatie te vinden. Weinig bronnen, een paar schilderijen en wat teksten. Maar dat was het. Toen dacht ik, als er niets over te vinden is, dan is het misschien een mooi onderwerp. Andere onderwerpen, zoals het fotograferen van inheemse stammen - is al vaker gedaan en in het geval van die stammen kun je het eigenlijk ook niet beter doen dan fotograaf Jimmy Nelson. Dan moet je daar in mijn ogen niet aan beginnen.’ 

‘Het verhaal van deze mannen vond ik meteen fascinerend. Sommigen doen het voor een jaar of twee jaar, maar anderen doen het een aantal weken achter elkaar. Het is geen kwestie van een weekendje, of een paar dagen. Het is écht een stuk serieuzer. Ze trekken met alleen maar de middelen die toen beschikbaar waren de natuur in. Kleding, gereedschap, de skills zelf; het is allemaal period correct. Dat is ook de reden dat er geen hedendaagse bronnen zijn te vinden: tijdens hun avonturen mag er geen moderne technologie bij zijn. Alles moet op de 19e eeuwse manier. Dat maakte mijn zoektocht ook erg moeilijk in het begin, want er kwam weinig respons op mijn vraag om daar te mogen fotograferen. Ze zagen dat natuurlijk helemaal niet zitten, vanuit hun historische kijk op deze manier van leven.’

Toch lukt het Jeroen uiteindelijk om contact én een positieve respons te krijgen. ‘Ik had geluk, want mijn contact bij de American Mountain Men Association zei dat de groep begon te vergrijzen. Ze dachten, misschien is het goed om eens een buitenstaander toe te laten om te laten zien hoe zij bezig zijn met het levend houden van de tradities. Ook vonden ze het mooi dat iemand uit een ver land als Nederland interesse had in hun bestaan.’

 

Compleet

Dat resulteerde in een eerste reis naar de binnenlanden van Amerika. Jeroen ging samen met een bevriende filmmaker en fotografeerde de Mountain Men een aantal dagen achter elkaar. Fantastisch, maar toch voelde het achteraf nog niet helemaal goed. Jeroen: ‘De eerste foto’s die ik maakte tijdens mijn reis waren ok, maar toen ik er uiteindelijk op terugkeek vond ik niet dat de foto’s het bestaan van deze mannen goed weergaven. Ik had ze gefotografeerd op één plek, tijdens enkele dagen en met mooi weer. Dat is niet hoe het bestaan van de mountain men echt is. Ze reizen van plek naar plek, doorstaan barre weersomstandigheden en komen op hun expedities ook talloze andere moeilijkheden tegen. Toen besloot ik dat ik nog eens terug moest gaan en dat er veel meer voor nodig was om het verhaal goed vast te leggen. Meerdere locaties, variatie in weersomstandigheden, barre kou en andere situaties. De foto’s moesten duidelijk maken dat het echt wel die-hards zijn. Het voelde allemaal nog niet compleet genoeg.’

Het resulteerde in een reeks van reizen naar Amerika om het verhaal van de Mountain Men wél compleet vast te leggen. Niet zomaar reisjes, want om op de plekken te komen waar de mannen de 19e eeuw herbeleefden moest hij soms wel tot drie of vier binnenlandse vluchten nemen, om daarna nog een aantal uren met de auto te rijden en op het eind van de reis ook nog te voet verder te moeten. Geen eenvoudige tripjes, maar vaak een ware uitputtingsslag. 

Op-en-neer

Werkend in Nederland heeft Jeroen verschillende assistenten om het zware werk te doen, maar tijdens de reizen moet hij alles zelf doen én dragen. Zijn Phase One middenformaatcamera, objectieven, statieven, flitsers, zandzakken en nog talloze andere spullen die hij nodig heeft om de foto’s te kunnen maken. Een hele bepakking, wat de reizen tot een grote uitdaging maken. Daarbij komt dat hij vaak maar enkele dagen had om de foto’s te maken, doordat hij zelf behoorlijk veel werk had in Nederland. 

‘Doordat ik het zo druk had in die periode, kon ik vaak niet langer dan een paar dagen weg uit Nederland. Dan vloog ik op vrijdag naar Amerika en was ik pas één of twee dagen later écht op locatie. Zaterdag en zondag kon ik dan effectief foto’s maken. Daarna moest ik weer terug, want dinsdag had ik alweer een klus.’ 

‘Meestal als ik naar Amerika ging, dan ging ik op Google Maps kijken waar mooie locaties te vinden zijn in de buurt. Toen kwam ik bij een oude stenen brug uit, die erg fotogeniek zou zijn. Toen we er eenmaal waren, hebben we ons rot gezocht, maar uiteindelijk konden we die brug gek genoeg met geen mogelijkheid vinden. Ik wist dat hij in de buurt moest zijn, maar geen spoor. Toen stond de zon ook te hoog, dus was het geen goed moment meer om de foto te maken. Toen hebben we op een andere mooie plek die we toevallig tegenkwamen, nog een foto gemaakt; uiteindelijk is dat een van mijn favoriete foto’s geworden’. 

Ontberingen

‘Zo’n Phase One camera is helemaal van een magnesiumlegering gemaakt en dat wordt en blijft ijskoud. Ik had ook niet de goede handschoenen bij me, dus ik moest ze vaak uitdoen. Niet zo fijn, als de gevoelstemperatuur tussen de -20 en -25 ligt. Af en toe deed het touchscreen van de camera het ook niet meer door de snijdende kou. Dan moesten we even naar het kampvuur terug om op te warmen. Na een kwartier opwarmen konden we dan weer verder. Geen werken natuurlijk, maar je moet wel. Echte ontberingen. Op dat moment is het allemaal niet zo leuk, maar als je erop terugkijkt zijn het toch hele mooie ervaringen en interessante verhalen.’

Mensen vragen Jeroen weleens waarom hij niet met deze mannen heeft geslapen, op de plekken waar hij ze vastlegde. Maar dat ging niet, want hij moest zijn apparatuur opladen. ‘Dat gaat niet met een zonnepaneeltje en wat battery-packs. Dagelijks moest ik met al mijn bepakking dus twee keer op een dag een grote reis maken, in de avond en voor dag en dauw. Want ik wilde er natuurlijk wel bij zijn als ze gingen slapen en als ze weer wakker zouden worden. Het was soms best wel afzien. Je overleeft op adrenaline én op gebakken bever. Dat is best lekker, met zout en peper kom je een heel eind. Soms was ik tijdens zo’n reis langer onderweg dan dat ik foto’s gemaakt heb. Zeker de keer dat ik tijdens één van mijn binnenlandse vluchten een broodje kip had gegeten dat achteraf niet goed bleek te zijn; toen heb ik alle dagen in Amerika in bed en op de wc doorgebracht. Dat was behoorlijk vervelend.’  

Flitsen

De foto’s van Jeroen hebben een filmische en dramatische look, een Amerikaanse sfeer zou je kunnen zeggen. Hij kijkt veel naar fotografen en vooral naar filmers uit de Verenigde Staten, dus dat zou zijn keuze en voorliefde voor die stijl kunnen sturen. Ook flitst hij altijd en dat is in de wildernis natuurlijk wel een behoorlijke uitdaging. 

Jeroen: ‘Als ik aan het werk ben, dan ben ik behoorlijk aanwezig door mijn aanpak en de hoeveelheid apparatuur. Ik ben dus niet echt een ‘fly on de wall’ Ik flits en moet alle apparatuur op de juiste plekken klaarzetten. Maar de situatie blijft de situatie en ik wil dan niet al te veel gaan regisseren. Ik zei dan tegen de mannen: ‘’Doe gewoon je ding en ik ga het fotograferen.’’ Dan zette ik mijn flitsers neer en gaf ik wel een klein beetje sturing. Soms staat iemand net niet goed voor het licht, dus dan gaf ik wat kleine aanwijzingen om dat te corrigeren. Maar het gevoel en de basis van de situatie moest wel in ere gehouden worden. Alle beelden zijn ook in hoge mate historisch correct. Dat vond ik erg belangrijk, net zoals de mannen zelf. Alles klopt met hoe het er in de 19e eeuw aan toeging.’

Cultuurhistorisch

Dat betekent ook dat het project meer is geworden dan enkel een verzameling foto’s. Jeroen: ‘The Mountain Men’ is ook een belangrijke bron geworden voor mensen die meer willen weten over deze mannen en het historische verhaal. Doordat er zo weinig over bekend is, is het boek zelf een cultureel historische bron geworden. Zo ziet de groep mannen het zelf ook.’ Dat blijkt wel: In het Museum of The Mountain Men is het boek te koop en een deel van de opbrengst gaat ook naar dat museum. ‘Het is een eer om dat voor deze groep mensen te kunnen doen én om te zien dat de serie en het boek meer zijn dan gewoon maar een collectie foto’s.’ 

‘Financieel gezien was het ook een lang en zwaar verhaal. Ik had geen investeerder, dus al mijn eigen zuurverdiende geld is in dit project gaan zitten. Na de eerste serie beelden die ik tijdens mijn eerste reis gemaakt had, kreeg ik ontzettend veel goede reacties. Toen dacht ik, dit is nog niks. Hier is nog zoveel meer uit te halen! Dus toen heb ik doorgezet, met al die reacties in mijn achterhoofd.’ 

Het boek

‘Na de derde reis zag ik mijn collectie beelden en dacht ik, dit moet meer worden dan alleen een losse serie foto’s. Ik ben er nooit aan begonnen om een boek te kunnen maken, maar gaandeweg ontstond dat idee. Toen ik eenmaal het idee had om er een groot boek van te maken, wist ik dat ik het compleet moest maken.’ 

‘Toen heb ik alle beelden uitgeprint en aan familie, vrienden en kennissen gevraagd om ze te categoriseren. Met daarbij de vraag of ze de beelden wilden categoriseren in drie stapels: wel in het boek, misschien of niet in het boek. Toen had ik een collectie waar iedereen enthousiast over was. Want soms kan een beeld waar je zelf veel mee hebt - bijvoorbeeld omdat je er een besneeuwde berg voor hebt beklommen - in de ogen van een ander minder sterk zijn. Zelf zie je dat niet zo goed meer. Echt een kwestie van kill your darlings dus. Toen ik die stapels met beelden voor me had liggen, wist ik wat ik nog moest maken om het hele verhaal te vertellen. Om het compleet te maken moest ik bijvoorbeeld nog drone-shots hebben en ook een beeld waarop al hun gereedschap gerangschikt te zien zou zijn. Toen ben ik de volgende keer met een wensenlijstje die kant op gegaan. De zesde, zevende en achtste trip waren daardoor vrij gericht. Het was ook moeilijk om te bepalen wanneer ik moest stoppen, want zelf vond ik het ook facking vet om te doen.’ 

Uitgever

‘Dan begint het zoeken naar een uitgever. Zelf uitgeven wilde ik niet. Dan ben je dagelijks naar het postkantoor aan het rennen. Ik ben per slot van rekening fotograaf en geen postorderbedrijf. Ik denk graag groot en begon mijn zoektocht daarom bij uitgeverij Taschen. Nee heb je, ja kun je krijgen. Daar kun je een boek naartoe sturen en dan krijg je na negen weken een reactie. Ik dacht, ik stuur hem eerst naar hen en als ik dan niets hoor, dan pas ga ik verder. Negen weken gewacht, maar nog geen bericht. Toen zeiden ze dat ze hem niet gezien hadden. Daarna kreeg ik na zes weken bericht dat ze het een mooi boek vonden, maar dat ze het toch niet in het assortiment vonden passen. Ook TeNeues - een uitgeverij op hetzelfde hoge niveau - was toen niet geïnteresseerd. De zoektocht liep een beetje dood, maar ik was nog steeds van plan om het ergens te laten uitgeven. Een tijdje later was ik aan het fotograferen in een Zuid-Duits kasteel, het woonhuis van een topviolist die ik ging portretteren. Zijn toenmalige vriendin was daar ook bij. Toen we op een gegeven moment informeel bij elkaar zaten, zei ze dat ze mijn website had bekeken en vroeg ze me of dat ik niet eens een boek uit wilde geven. Haar ex-man had een uitgeverij, bleek. Ze wilde daar best eens een balletje opgooien om te kijken of dat mijn boek daar uitgegeven kon worden. Moet je nagaan, we waren echt diep in Duitsland in een of ander gehucht. Ik dacht, het zal wel. Toen vroeg ik, hoe heet je ex? Blijkt het Hendrik TeNeues te zijn, de baas van de uitgeverij TeNeues waar ik eerder een afwijzing van kreeg. De dag daarna kreeg de baas mijn beelden te zien en die was erg enthousiast. Ik dacht, kat in het bakkie. Toen heb ik even een paar dagen gewacht om niet te eager te lijken, waarna ik een voice-memo kreeg van de violist waarin hij me het bericht bezorgde dat de baas - TeNeues - een eind aan zijn leven had gemaakt. Tragisch natuurlijk. En het einde van mijn kans om het boek uit te geven bij die uitgeverij. Uiteindelijk ben ik uitgegeven bij uitgeverij Komma, die gespecialiseerd zijn in het uitgeven van bijzondere kunstboeken. Een geweldige match, daar ben ik heel gelukkig mee.’

Eigen werk

Interessant aan het verhaal van Jeroen is dat dit project over de Mountain Men een echt ‘signature’ project voor hem is geworden en dat hij daardoor de waarde van het maken van eigen werk heeft gezien. Voordat hij met deze beelden bezig was maakte hij ook al veel commercieel werk voor grote bedrijven zoals Heineken. Dat beeld was vaak strak en gelikt. Mooi en passend in die tijd, maar inmiddels achterhaald en niet meer passend bij zoals het publiek en de reclamebureau’s naar (reclame)fotografie kijken. Inmiddels mag het echte leven en de rauwheid daarvan veel meer terugkomen in reclamebeelden. Het moet echter, puurder. Niemand kan zich identificeren met de oude hooggepolijste beelden. Veel liever ziet het publiek beelden met een edgy en ruig randje. Jeroen kwam er achter dat hij dat ook zelf veel liever maakt. Nog steeds zijn de beelden filmisch en dramatisch van sfeer en aard, maar ze laten veel meer het echte bestaan zien. Die switch in zijn werk heeft hij volledig te danken aan een eigen project als ‘The Mountain Men’. En het mooie is dat ook zijn opdrachtgevers die switch mede daardoor maakten - waardoor de sfeer en aanpak van het eigen werk van Jeroen van groot belang zijn gebleken voor zijn commercieel werk. ‘Er zijn later projecten geweest die ik heb kunnen doen die één-op-één te relateren zijn aan dit project, bijvoorbeeld met boeren en molenaars. Voor mij is het eigen werk echt ontzettend waardevol: 100 procent van mijn betaalde werk heeft rechtstreeks te maken met hoe ik mezelf heb neergezet in mijn eigen werk. Dat blijft hangen bij reclamebureau’s. Ze zien de hele dag reclamebeelden en zijn daar helemaal door lamgeslagen. Ze willen juist mijn visie zien, de eigen blik van de fotograaf. Dat vertelt ze hoe ik het aan zou pakken, zonder hun directie. Mijn handtekening.’ 

Beste investering

‘Als fotograaf ben je soms geneigd om de nieuwste lens of de nieuwste camera te kopen en op die manier te investeren in zijn of haar carrière. Natuurlijk snap ik dat en dat doe ik zelf natuurlijk ook wel tot op zekere hoogte. Maar het is in mijn ogen veel slimmer om dat geld te investeren in het maken van eigen werk. Dat is de allerbeste investering in je portfolio die je maar kunt doen. Kijk maar naar mijn Mountain Men. Het zijn daarnaast dingen die ik zelf leuk en interessant vind om te doen, dus daarnaast is het ook een fantastische besteding van mijn tijd.’  

In de cameratas tijdens het maken van The Mountain Men:

  • Phase One XF Credo 40 | 50 | 100 MP digitale achterwand
  • Objectieven: Schneider 28mm F4.5 - Schneider 45mm F2.8 - Schneider 55mm F2.8 LS - Schneider 80mm F2.8 LS
  • Licht: Broncolor Siros 800L flitse & Broncolor 150cm octabox
  • Drone: DJI Mavic 2 pro
  • Bio Jeroen Nieuwhuis

Jeroen Nieuwhuis (1991) is commercieel portretfotograaf. Hij fotografeert professioneel sinds zijn 17e. Hij werkt voor klanten over de hele wereld en heeft samengewerkt met enkele van de grootste (reclame)bedrijven zoals onder meer Belstaff, Desperados, Harman Kardon, Heineken, JBL, Johnnie Walker, Rituals, Shimano. Meerdere persoonlijke projecten kregen internationale aandacht, bijvoorbeeld door het winnen van de Red Bull Illume in de categorie close-up, meerdere prijzen bij de Prix de la Photographie Paris, International Photo Awards, Tokyo International Foto Awards en de ND Awards. Daarnaast werkt hij voortdurend aan eigen werk, zoals dit project ‘The Mountain Men’. 

www.jeroennieuwhuis.nl 

Film over de Mountain Men: The Revenant (2015)

Mocht je geïnspireerd zijn geraakt door het verhaal over de pelsjagers, dan kan Jeroen de film ‘The Revenant’ aanraden. Deze historische film gaat ook over de Mountain Men en meer specifiek over pelsjager Hugh Glass - gespeeld door Leonardo DiCaprio. Een dramatisch en heftig verhaal, vol met ontberingen. Natuurlijk zijn zaken in de film geromantiseerd en gedramatiseerd - het blijft een Hollywood-productie. Toch is het volgens Jeroen een echte aanrader. 

 

Dit is een artikel uit DIGIFOTO Pro 6.2023. Lees hem nu digitaal: DIGIFOTO Pro 6.2023

afbeelding van emre.clipboardmedia_180402

Redactie DIGIFOTO Pro | Redactie

Bekijk alle artikelen van Redactie